Palmzondag

De volgende morgen stond de zon te stralen aan de hemel. Ik besloot om samen met Gloria op bezoek te gaan bij de oude Marika. Ze was de eerste oudere die we hadden bezocht met Zef en sinds die tijd verzorgden we haar. Iedere keer als ik bij Marika binnenkwam, maakte het weer indruk.
Ik hurkte naast haar bed en ze pakte mijn hand. In de andere hand had ze een rozenkrans, die ze angstvallig omklemde. ‘Wat voor dag is het?’ vroeg ze. ‘Vandaag is het zaterdag en morgen is het Palmzondag’, zei ik. ‘Palmzondag’, zei ze fluisterend. Haar ogen vulden zich met tranen. ‘Vroeger ging ik altijd naar de kerk – alleen tijdens de communistische tijd niet, toen was alles verboden.’ ‘Maar niet voor mij, hoor’, vervolgde ze met een krachtigere stem. ‘Je kunt mensen alles afpakken en verbieden, maar je geloof kunnen ze je nooit afnemen. Het geloof en de kracht die in jezelf leeft, daar komen ze nooit bij. Deze kracht, die verbonden is met ons mensen, gaat over de grens van de dood met je mee.’ ‘Wil je soms morgen naar de kerk om Palmzondag te vieren?’ vroeg ik opeens. Marika knikte bedenkelijk. ‘Maar ik kan niet meer lopen, anders was ik zelf wel gegaan. Ik lig al jarenlang op bed, en volgens mij ben ik al 97 jaar, maar het kan ook zijn dat ik al 99 jaar ben.’ Ik schoot in de lach en zei: ‘We kunnen toch in de auto gaan?’ Verbaasd keek Marika mij aan, Toen richtte ze haar blik op Gloria. ‘Auto? Wat is nu een auto?’ ‘Ik denk dat ze nog nooit in haar leven een auto gezien heeft’, zei Gloria lachend. Natuurlijk was het een stomme gedachte van mij geweest. Het mensje lag al jarenlang alleen op bed en het fenomeen auto bestond in Albanië nog niet zolang, dus kon het goed zijn dat ze nog nooit een auto gezien had. ‘En een rolstoel dan?’ vroeg ik. Opeens bedacht ik dat mijn moeder bij het laatste transport een goede rolstoel had meegestuurd, die we nog niet hadden weggegeven. ‘Als het jullie lukt, wil ik morgen heel graag naar Palmzondag, dus wacht ik verder maar af hoe we dan gaan.’