Hospitium

Pater Nico was op een mooie wijze de geestelijk leider van de groep. Hij had de inwijding van het hospitium helemaal voorbereid en de boekjes zagen er keurig verzorgd uit. In diezelfde week zou Joshua zijn eerste heilige communie doen. We waren katholiek opgevoed en dat voelde als een jas die lekker zat. Hetzelfde zou gelden voor mensen met een andere geloofsuiting, die zich daar goed bij voelden. Op de berg van Lac had ik wederom ervaren dat dit geen enkel probleem hoeft te zijn in een samenleving; ik vond dat de Albanezen daarin een voorbeeldfunctie vervulden. Het gaat om de eenheid en dezelfde universele kracht die ons mensen verbindt. Stel dat je alleen zou overblijven op aarde met drie mensen die een andere religie of cultuur hadden, zou je elkaar dan nog steeds naar het leven staan? Nee, je zou elkaar hard nodig hebben om te overleven, en gezelschap zou onontbeerlijk zijn. Religie en cultuur zouden compleet naar de achtergrond verdwijnen en de universele kracht zou hard nodig zijn om te overleven.

De dag van de opening brak aan en ik bracht bloemen naar de kapel, waar ik mijn moeder aantrof. ‘Wat een wonder’, zei ze, ‘dat ik dit nog mag meemaken.’ Ze pinkte een traantje weg. Door het raam keek ik naar de binnenplaats. Exact in het midden hadden we met natuursteen een davidsster gemetseld. We wilden dat de boodschap niet verloren zou gaan; de ster zou ons altijd blijven herinneren aan het wonderlijke verhaal van Levi tijdens de Tweede Wereldoorlog. Pater Nico en onze kinderen, die misdienaar zouden zijn, hadden zich omgekleed. De plechtigheid begon onder het toeziend oog van vele ouderen en belangstellenden uit de omgeving. Ook Vosjawa en haar zus Diana waren erbij, en Maria zat hand in hand met mijn moeder. De burgemeester zat achteraan, samen met zijn vrouw.